Het ontstaan

In de jaren 1967 kocht Jean Sugden, een fokker in California, een Aziatische luipaardkat. Dit was een wilde kat, een soort miniatuur luipaard met een gevlekte vacht, een goede zwemmer en een uitstekende visser. Zij kruiste de Bengaalse tijgerkat met een American Shorthair poes. Ze wilde een ras creëren met het kenmerkend uiterlijk van een wilde kat, maar met een lief en betrouwbaar karakter van een huiskat. Ook wilde ze op die manier de vraag naar wilde katten stoppen.

De poezen die uit deze kruising kwamen, waren vruchtbaar. Ze werden gekruist met hun vader en dit bracht kittens op met een gevlekte vacht. Later zijn de fokkers de Bengaalse tijgerkat gaan kruisen met meerdere gedomesticeerde kortharige katten zoals de Egyptische Mau, een gedomesticeerde kat uit Egypte, vandaar de zachte geaardheid van de Bengaal. Ook is de Bengaalse tijgerkat gekruist met een Siamees, Burmees, Brits korthaar, Aberzijn en nog veel meer raskatten. Zo ontstonden er katten met een prachtig vlekkenpatroon en een betrouwbaar karakter.

In 1983 werd bij TICA (The International Cat Assosiation) het ras geregistreerd. In de Verenigde Staten wordt er nog steeds gefokt met de Aziatische luipaardkat om dit ras te vermeerderen. De kruising van een huiskat met een Aziatische luipaardkat, tijgerkat wordt de F1- generatie genoemd, wat een kat oplevert met 50% wildbloed. Katers van deze generatie zijn altijd onvruchtbaar. Daarom heeft een F2- generatie altijd een huiskat als vader. Dat een kat oplevert met 25% wildbloed, F3 is het resultaat van een F2 Bengaal enzovoorts.

Bij de F2 en F3- generatie zijn de katers vrijwel altijd onvruchtbaar. De eerste generaties, de zogenaamde “Foundation” katten, zijn katten voor gevorderden. Ze zijn veel schuwer en vertonen vaak weer wilder gedrag. Het houden van deze katten vereist zeer speciale eisen en ontzettend veel toewijding. Pas vier generaties vanaf de luipaardkat kunnen we spreken van een kat die geschikt is om te houden als huisdier. Vanaf de vijfde generatie “Bengaal gekruist met een Bengaal” spreken we van de Stud Book Traditional (SBT). De meeste huidige Bengalen komen uit Bengaal x Bengaal kruisingen. Het enige wild wat zij nog gemeen hebben met hun wilde voorouders is hun intelligentie, nieuwsgierigheid, liefde voor water en hun spectaculaire uiterlijk!

F1: ALC (Asian Leopard Cat) ouder X tamme Bengaal ouder
F2: F1 ouder X tamme Bengaal ouder (heeft een ALC-grootouder)
F3: F2 ouder X tamme Bengaal ouder (heeft een ALC-overgrootouder)
F4: F3 ouder X tamme Bengaal ouder (heeft een ALC-over overgrootouder)
F4 en verder: SBT (Stud Book Traditional, oftewel tam huisdier)

Het karakter

Als je al een Bengaal hebt, zal de onderstaande omschrijving je zeker bekend voorkomen. Wil je een Bengaal aanschaffen en ben je nog niet zo bekend met het karakter, dan doe je er verstandig aan om je van tevoren goed in te lezen over de bijzondere persoonlijkheid van dit mooie en energieke ras!

Weet wel, wanneer je een Bengaal koopt, je een ‘kleine panter’ hebt, daarmee bedoel ik het gedrag. Ze zijn zeer actief en ‘helpen’ graag mee als je ergens mee bezig bent, zoals het bed verschonen, douchen of dweilen. Een hoge krabpaal is geen overbodige luxe. Bengalen kunnen druk zijn en hun tomeloze energie kenmerkt zich door regelmatige ren-uurtjes waarbij er nog weleens wat kan sneuvelen. Jouw Bengaal weet niet dat die mooie antieke vaas voor jou van onschatbare waarde is en zal deze dan ook niet ontwijken. Een bankstel is voor ‘n Bengaal niets anders dan een leuke verhoging waar hij lekker op kan springen en overheen kan rennen. Het zijn zeer intelligente dieren en eisen dan vaak de aandacht van je.

Wanneer ze uitgespeeld zijn liggen ze graag op een rustig plekje, sommige Bengalen kunnen ook echte schootkatten zijn. Bengalen liggen graag bij je op bed of op de bank onder een deken, maar pas op: hun speelsheid ligt om de hoek en valt graag een te ver uitstekende teen aan! Bengalen zijn vocaal ingesteld. Je kan hele gesprekken met ze houden als ze er zin in hebben. Wanneer ze het ergens niet mee eens zijn, zullen ze van zich laten horen, of juist als ze hun zin op iets hebben gezet! Kyra heeft dat bijvoorbeeld met een speeltje, zodra die onder de bank ligt moét en zal ze dié hebben, ook al heeft ze datzelfde speeltje 4x !

Samenleven met andere dieren gaat de Bengaal heel goed af. Met honden kunnen ze het uitstekend vinden, de meeste fokkers zullen dan ook adviseren om een Bengaal niet alleen te houden. Met andere katten kunnen renpartijen, hinderlagen en worstelpartijen ontstaan. Een Bengaal kan heel makkelijk apporteren, pak gewoon zijn speeltje als hij ermee bezig is en gooi het duidelijk zichtbaar weg, de kans is heel groot dat hij/zij het meteen terug brengt! Sommige Bengalen spelen eerst zelf nog even met het speeltje en brengen het dan pas terug.

Water heeft een speciale aantrekkingskracht op de Bengaal, dit hebben ze geërfd van hun wilde voorouders, want wilde katten zijn over het algemeen absoluut niet bang voor water en vandaar dat dus de meeste Bengalen gek op water zijn. Bengalen drinken het liefste stromend water en drinkbakjes worden vaak leeggeschept. Trouble, mijn kater, heeft daar wel een ‘handje’ van. Ook vind ik regelmatig speeltjes in de drinkbak. De meeste Bengalen vinden het geen enkel probleem, mits jong is aangeleerd, om mee uit wandelen te gaan aan een tuigje.

Kortom: Voel je je aangetrokken tot dit ras, maar niet alleen vanwege zijn prachtige zijdezachte pels, dan heb je een fantastisch speelkameraadje die je bezighoudt. Máár ben je eenmaal om, dan wil je waarschijnlijk nooit meer iets anders!
Wij zijn aangesloten bij Neocat